Inhoud
De plaats van de bestuurders op de openbare weg wordt geregeld door precieze regels die de veiligheid en de vlotte doorstroming van het verkeer moeten waarborgen. Afhankelijk van het type voertuig en de configuratie van de rijbaan moeten de bestuurders een aangepaste positie innemen, met naleving van de rijstroken, de geleidingsinrichtingen en de specifieke signalisatie.
Plaats van de bestuurders op de openbare weg
De bestuurders van motorvoertuigen
Wanneer de openbare weg twee of drie gescheiden rijbanen heeft, mogen de bestuurders de linkerrijbaan ten opzichte van hun rijrichting niet gebruiken, behoudens plaatselijke reglementering. Men moet altijd zo rechts mogelijk rijden. Elke bestuurder die op de rijbaan rijdt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand blijven, behalve op een rotonde of op een plein, of wanneer hij de richtingportalen of keuzestrepen moet volgen. In de bebouwde kom mag de bestuurder zijn rijstrook kiezen op een rijbaan met eenrichtingsverkeer verdeeld in rijstroken of op een rijbaan met tweerichtingsverkeer met 4 of meer rijstroken. Wanneer de verkeersdichtheid het vereist, mag hij zijn file kiezen op een rijbaan verdeeld in rijstroken of op een rijbaan met hangende verkeerslichten. De bestuurder moet de geleidingsinrichtingen en vluchtheuvels aan zijn linkerzijde laten, behalve bij noodzaak of plaatselijke reglementering. Hij kan verplicht worden om aan één kant te passeren met het verplichtingsbord D1.
Elke bestuurder die op de rijbaan rijdt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand blijven, behalve in specifieke omstandigheden
De bestuurder mag niet links rijden, behalve op een rotonde of plein, of wanneer hij richtingportalen of keuzestrepen volgt.
Naleving van richtingportalen en keuzestrepen
De bestuurder hoeft niet zo rechts mogelijk te rijden wanneer hij de richtingportalen of keuzestrepen moet volgen om een richting te volgen.
De bestuurder mag in de bebouwde kom zijn rijstrook en file kiezen volgens het type rijbaan en de verkeersdichtheid
Op een rijbaan met eenrichtingsverkeer verdeeld in rijstroken, en op een rijbaan met tweerichtingsverkeer met minstens 4 rijstroken (2x2), mag de bestuurder zijn rijstrook kiezen. De verkeersdichtheid rechtvaardigt de keuze van de file op een rijbaan met tweerichtingsverkeer verdeeld in 4 of meer rijstroken, of op een rijbaan met eenrichtingsverkeer, of op een rijbaan met hangende verkeerslichten.
Door de regels betreffende hun positie op de openbare weg na te leven, dragen de bestuurders bij tot een harmonieuze en veilige doorstroming voor alle weggebruikers. Het beheersen van deze principes is essentieel om het rijbewijs te behalen en te behouden, en tegelijk de veiligheid op de weg te garanderen.