Sommaire
Het inhalen is een delicaat manoeuvre dat bijzondere aandacht vereist om de veiligheid van alle weggebruikers te garanderen. Dit hoofdstuk beschrijft de situaties waarin het inhalen verboden is, om de risico's op ongevallen door ongunstige zichtbaarheids- of verkeersomstandigheden te voorkomen.
G. Verbod om in te halen
Inhalen aan een overweg
Het is verboden links in te halen op een overweg, tenzij deze voorzien is van slagbomen en/of lichten.
Inhalen op kruispunten met voorrang van rechts
Het is verboden links in te halen op een kruispunt waar de voorrang van rechts van toepassing is.
Inhalen op geregelde kruispunten
Inhalen is toegestaan op een kruispunt waar het verkeer wordt geregeld door een bevoegde agent, verkeerslichten of verkeersborden.
Inhalen op kruispunten waar men voorrang moet verlenen
Het is verboden in te halen op kruispunten waar u voorrang moet verlenen met een omgekeerde driehoek of een STOP-bord.
Inhalen bij een verborgen bocht en op de top van een helling
Het is verboden in te halen bij een verborgen bocht en op de top van een helling, tenzij er een doorgetrokken witte lijn de twee rijrichtingen scheidt.
Inhalen toegestaan in bepaalde verborgen bochten of hellingen
Inhalen is toegestaan op een rijbaan met eenrichtingsverkeer of een rijbaan met tweerichtingsverkeer met 4 of meer rijstroken met minstens 2 rijstroken per rijrichting.
Verbod om een voertuig in te halen dat een breed voertuig inhaalt
Het is verboden een auto in te halen die een breed voertuig inhaalt, ongeacht de aard van het brede voertuig, en het is verboden te tripleren.
De inhaalverboden naleven is essentieel voor een veilig en respectvol rijgedrag ten opzichte van de anderen. Het kennen van deze regels maakt het mogelijk om gevaarlijke situaties te vermijden en bij te dragen tot de vlotte doorstroming en de veiligheid van het wegverkeer.