Sommaire
De beheersing van de snelheid is een essentieel element om de veiligheid van alle weggebruikers te waarborgen. Ze moet worden aangepast aan de verkeersomstandigheden, de omgeving en de kenmerken van het voertuig om elk ongeval te voorkomen.
B. De snelheid
Veiligheidsafstand
De bestuurder moet, rekening houdend met zijn snelheid, een voldoende veiligheidsafstand aanhouden tussen zijn voertuig en het voertuig dat hij volgt.
Voorzienbaar obstakel
De bestuurder moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een voorzienbaar obstakel.
Nadering van dieren op de openbare weg
Elke bestuurder moet vertragen wanneer hij dieren nadert en stoppen wanneer de dieren tekenen van angst vertonen.
Snelheid in de bebouwde kom
De snelheid is beperkt tot 50 km/u met mogelijkheden voor lagere of hogere snelheidsbeperkingen via een verkeersbord. In het Brussels gewest is de snelheid beperkt tot 30 km/u tenzij anders aangegeven.
Snelheid buiten de bebouwde kom
In Vlaanderen en Brussel is de snelheid beperkt tot 70 km/u, in Wallonië tot 90 km/u, tenzij anders aangegeven door een verkeersbord. Op rijbanen met tweerichtingsverkeer verdeeld in vier of meer rijstroken met een fysieke scheiding is de beperking 120 km/u.
De snelheidsbeperkingen naleven en zijn snelheid aanpassen aan de omstandigheden maakt het niet alleen mogelijk om zijn eigen veiligheid te garanderen, maar ook die van de anderen. Verantwoord rijden vergt een goed beheer van de snelheid in alle situaties.